• Hé Jan kom binnen!

Hé Jan kom binnen!

“Ach, die waait niet weg, hij zit aan een kant vast.” De reactie van een cliënt als ik hem erop wijs dat de rits van zijn broek open staat. Geen speld tussen te krijgen, inderdaad.

“Niet achter de vrouwtjes aan he” roept hij als ik hem even later gedag zeg. Mijn antwoord - jazeker wel - brengt een brede lach op zijn gezicht. Als ik buiten mijn fiets van het slot haal kijk ik nog een keer naar binnen en steek mijn hand op. Geen reactie. Meneer zit aan de eettafel en staart met een lege blik voor zich uit.

Een lege blik, van het ene op het andere moment. Het hoort bij dementie, ik raak er inmiddels aan gewend. Op naar het volgende adres. Deze cliënt heeft Parkinson, de kracht in zijn benen is zwak en onvoorspelbaar. Iedere aanraking is pijnlijk, daarom draagt hij - om oedeem tegen te gaan - een circaid compressie systeem. Voor hem op maat gemaakt, het aantrekken is een ingewikkeld en nauwkeurig klusje. Vandaag doe ik het voor de eerste keer alleen. Met de hulp van meneer, dat wel.

“Ja, dat wel” is het antwoord op vrijwel iedere door mij gestelde vraag of constatering. Goed bezig. De sokken en sloffen nog aan en klaar is Jan. Meneer gaat met de traplift naar beneden en ik loop er tree voor tree achteraan. Onderweg vertelt hij over zijn leven. Aarzelend en voorzichtig, in harmonie met hoe hij zich beweegt. Beneden aangekomen redt meneer zich uitstekend. In de woonkamer werkt hij aan een bergachtig landschap met gebouwen en een spoorbaan.

Op de fiets naar het volgende adres neem ik de bovenstaande foto van een snackbar. Verse friet, gebakken in de schil. Tijdens mijn eerste dagen bij wijkteam Centrum was het uithangbord een herkenningspunt, een bevestiging dat ik op de goede weg was. Inmiddels is de kaart van Leiden in mijn hoofd gegroeid en weet ik de weg naar cliënten aardig te vinden. De volgende stop is hartje binnenstad. Een alleenstaande vrouw. Na het overlijden van haar man staat de tv de hele dag aan.

“Voor de gezelligheid. Ik kijk niet alles, maar hoor wel iemand praten. En moeilijke spelprogramma's, zoals 2 voor 12, daar doe ik graag aan mee.” Alleen, maar zeker niet eenzaam. Ze krijgt veel mensen over de vloer. Kinderen, kleinkinderen, familie, buren, de huishoudelijke hulp én de thuiszorg. Als ik voor de deur van mijn fiets stap doet ze de voordeur al open. “Hé Jan, kom binnen! Kunnen we even vijf minuten wachten met douchen? Mijn zoon komt zo. Dan schenk ik eerst een kopje koffie voor hem in.”