• Een handtas als transportmiddel

Een handtas als transportmiddel

Astrid werkt nu 14 jaar in de zorg, waarvan 7 jaar op de afdeling PG van Woonzorgcentrum Rijn en Vliet. Eerst combineerde ze werken in de zorg met ondernemen in de horeca. Samen met haar man, maar twee jaar geleden hebben ze hun café/restaurant verkocht.

zelf gebakken
“Net op tijd, voor corona. Nee, ik mis het niet. Hier heb ik mijn handen vol aan, het is goed zo. Even later loopt ze zingend door de gang, “If I tell you that I luuuuvv you!” Bewoners lachen, reageren op haar stem. De ochtend op de afdeling PG is druk. Wassen of douchen, aankleden, ontbijten, om 11.00 uur koffie en rond 13.00 de lunch. Pannenkoeken, ik heb ze zelf gebakken.
Na de lunch slapen de meeste bewoners een uurtje. Tijd voor kletspraat. Even maar, dan duikt Astrid weer in haar computerscherm. “Er zit iets van een fruitvliegje in zijn hoofd, dat kan niet anders!” Met zijn bedoelt ze het hoofd van de Nederlandse volkszanger met een te groot ego, gitzwart haar en een paarse blouse. Ze zoekt hem even op via Google.

beetje zenuwachtig
Behandelplannen opstellen, dossiers bijwerken, rapporteren. Werken in de zorg is voor een belangrijk deel administratief. Niet voor mij. Ik ruim de keuken op en loop even binnen bij de aardige mevrouw die ik vanochtend heb geholpen met wassen en aankleden. Onwennig, ze is een verstokte vrijgezel en moest duidelijk wennen aan een man in haar nabijheid. Nu, veilig met haar kleren aan, zit ze op haar praatstoel. Een beetje zenuwachtig, dat wel. In haar hoofd is ze in het bejaardenhuis van haar ouders, die net overleden zijn.

fijn, maar tot wanneer
De vrouw is bijna 90, maar dat weet ze niet. Ze is hier om de kamer van haar ouders leeg te halen, met alleen een handtas als transportmiddel. In haar kamer staat o.a. een robuuste eettafel met vier bijpassende stoelen. Die passen niet in haar tas, dat snapt ze zelf ook wel. Dus “mag het nog even blijven staan? En zo ja, tot wanneer?” Ik probeer haar gerust te stellen, benadruk dat het geen enkel probleem is. Daar neemt ze niet direct genoegen mee. “Fijn, maar tot wanneer precies?”

niet van mij
Ik gooi er nog een schepje bovenop, tot u de eethoek nodig heeft en anders laten we 'm lekker hier staan. Dat helpt. Even later zie ik de vrouw rustig zitten. Op haar stoel, aan haar eettafel. Bijzonder. Ze heeft in het onderwijs gewerkt en de laatste jaren bij Museum Volkenkunde in Leiden. “Een keer iets anders dan onderwijs, erg interessant en veel geleerd.” Belezen, intelligent en toch is ze nu zwaar dement. “Die boeken? Nee hoor, die zijn niet van mij. Geen idee wie ze hier heeft neergelegd...”


Jan Glas - onze nieuwsgierige verhalenverteller