• De Kolfmakersteeg toch?

De Kolfmakersteeg toch?

“Hé, slingers. Is er iemand jarig ofzo?” Onbegrijpelijk! De vrouw die tijdens het carnavalsfeest de pannen van het dak heeft gedanst is dat een dag later totaal vergeten.

“Carnaval? Gedanst? Ik? Nee hoor, daar hou ik echt niet van.” Wel dus, ze moest eens weten... Een paar dagen eerder heb ik haar op Google Maps de Kolfmakersteeg en omgeving laten zien. Daar heeft ze in haar jeugd gewoond. “Eerst een bovenwoning op nummer 11 en later een heel huis op nummer 14.”

hoe weet u dat
“De straat uit naar Rapenburg en even verderop was het Van der Werfpark.” Ze vertelde tot in detail over de buurt waar ze had gewoond. Toen we gisteren oude foto's van Leiden bekeken vertelde ze bij een afbeelding van Rapenburg dat ze daar vlakbij had gewoond. Mijn reactie: Ja, dat weet ik. De Kolfmakersteeg toch? Kwam voor haar als een totale verrassing. “Hoe weet u dat? Heeft u daar ook gewoond?” Niet dus. Ik wilde zeggen, dat heeft u mij zelf verteld.

een nieuw begin
Niet gedaan en maar beter ook. Waarom zou je mensen confronteren met hun dementie. Het carnavalsfeest was leuk en het kijkje op Google Maps ook. We zouden het morgen weer kunnen doen, voor mensen met dementie is iedere dag een nieuw begin. “Is dit mijn kamer? Werkt u ook hier?” Soms, heel soms zie ik een sprankeltje herkenning. De vrouw van de bingo bijvoorbeeld, verwelkomde mij gisteren met een glimlach. “Fijn dat u er weer bent.” Van een collega hoorde ik dat zij graag een keer met me uit eten wil.

een goed woordje
Haar “woont u ook hier” brengt me terug bij de harde waarheid. Dementie in al z'n varianten, het is een akelige ziekte! Zijn de bewoners ongelukkig? Nee, ik geloof het niet. Ze wonen in een hotel en bevelen dat ook van harte aan. “Het eten en de service zijn hier geweldig, ik heb bij vrienden een goed woordje voor u gedaan.” Bedankt meneer en graag gedaan! Even later staat hij bij de lift, te wachten op zijn vrouw die drie maanden terug overleden is.

sigaretten en aansteker
Niet confronteren, afleiden! “Wilt u een sigaretje meneer?” De vraag wordt gesteld door mijn collega Diana. “Pak dan even uw jas, die ligt op uw kamer.” Meneer is een verstokte roker en geniet daarvan, op het aan de keuken grenzende balkon. Zijn sigaretten en aansteker liggen in de la naast de koelkast. Zo heeft iedere bewoner zijn of haar 'gebruiksaanwijzing'. Diana werkt hier al 33 jaar en kent ze allemaal. Het werken in de zorg gaat haar fluitend en met heel veel liefde af.

Jan Glas - onze nieuwsgierige verhalenverteller